Op 28 april is de campagne van Octrooicentrum Nederland gestart, in het kader van World IP Day met het thema IP en sport. Onder de slogan “Achter elke prestatie zit waardevolle innovatie” wordt het belang van innovatie in de sportwereld benadrukt.
Innovaties in (top)sport beginnen vaak met technologische doorbraken. Denk aan slimme materialen, geavanceerde trainingsmethoden of data-analyses die prestaties verbeteren. Met een doordachte strategie voor intellectueel eigendom (IE) kun je deze innovaties beschermen en jezelf een winnende voorsprong geven.
Octrooicentrum Nederland ondersteunt ondernemers bij het maken van strategische keuzes rondom IE. Keuzes die aansluiten bij jouw innovatie, onderneming en markt.
What if we no longer have to rely on a few visits to the doctor to manage a chronic condition, but we can lean on year-round insights? That is the idea behind MS Sherpa. The company has developed a digital monitoring tool that allows people with multiple sclerosis to perform short, clinically validated tests at home using their smartphone.
At the core of MS Sherpa is a simple but powerful idea: more frequent measurement leads to better understanding. Patients perform short tests, typically once a week. These combine objective measurements such as measurements of walking ability and cognitive processing with subjective input about how they feel. Over time, this builds a much richer picture than traditional care allows.
“You see trends, not just moments”, Sonja Cloosterman, board member and Chief Clinical Officer of Sherpa says. “That helps both the patient and the doctor make more informed decisions.” The approach also opens the door to more efficient care. “It is not about replacing contact”, she emphasises. “It is about making that contact less about tests and more about the patient’s experience.”
From innovation to implementation
MS Sherpa has already taken the step from concept to certified medical product. The tool is clinically validated and designed to fit within existing care pathways, in collaboration with both academic and clinical partners such as the MS centre of Amsterdam UMC, Upendo and other MS centres. That puts the company in a position many digital health initiatives aim for. Yet this is also where a new phase begins.
“The interest is there”, Cloosterman says. “If we use these tools well, patients can measure at home, and healthcare professionals can focus on the moments that really matter.” It can improve care and reduce pressure at the same time. The challenge is to turn that interest into everyday use.
A sector-wide opportunity
What Sherpa as a company is experiencing reflects a broader moment in healthcare. Digital tools are ready, but systems and processes are still catching up. “It is not just about adding a tool”, Cloosterman explains. “It often means organising care in a slightly different way.”
Digital tools introduce new data, and new responsibilities. Instead of relying on familiar guidelines and fixed thresholds, physicians are asked to interpret continuous streams of patient-specific data, often without clear frameworks or time built into their workflow. “That is where you see hesitation”, Cloosterman explains. “It is not about the tool, but about how to use it in practice.”
Making that shift work requires collaboration. Reimbursement pathways need to align. Care processes need to adapt. Healthcare professionals and patients need support in using new tools. “It is something we need to tackle together”, Cloosterman says.
More data, better questions
The growing availability of data brings new possibilities, but also new questions. Healthcare systems are largely built around averages and standardised guidelines. Digital monitoring introduces detailed, individual data over time.
“You suddenly have a curve for each patient”, Cloosterman explains. “That is very valuable, but it also requires new ways of interpreting data.” For physicians, this creates a real tension: they are used to working with clear thresholds based on group averages, but personalised data does not always fit neatly into those frameworks, making it harder to decide when and how to act.
Rather than seeing this as a limitation, Sherpa views it as part of the evolution towards more personalised care. “We are learning how to use this data in practice”, she says. “That is a natural step.” Ongoing research and real-world use are helping to translate measurements into actionable insights.
Patients as active participants
For digital monitoring to work, patients need to be engaged as well. That is not always straightforward. “Some patients feel that regular testing makes them more aware of their disease”, Cloosterman says. “You have to find the right balance.”
At the same time, many patients appreciate the additional insight. “They understand better what is happening over time. That can be very empowering.” Patient organisations play an important role in supporting this shift, helping to explain the benefits and encourage adoption.
Scaling the impact
Sherpa currently focuses on multiple sclerosis, a condition with around 25,000 patients in the Netherlands. “It’s a good starting point”, Cloosterman says. “But there’s broader potential in broader application.”
The same approach could be used in other neurodegenerative conditions, such as Parkinson’s and Alzheimer’s disease. For this, Sherpa received grants from organisations such as Interreg and the Gelderland province. Germany is also an important next step, offering a larger patient population and a healthcare system that is increasingly open to digital solutions. The first contacts are already there with the MS centre of the University Hospital Carl Gustav Carus in Dresden.
A strong local network
Sherpa deliberately chose to settle at Novio Tech Campus in Nijmegen. There, the company connects with other startups and partners like Briskr. “As a small company, you benefit from a network”, Cloosterman says. “Together you can join events that would be out of reach for just us.” A recent example is the Health Valley event where Sherpa and Briskr shared a booth on the exhibition floor. “The visibility you get by joining forces, you simply wouldn’t have on your own.”
To accelerate adoption, Sherpa is actively exploring partnerships with other digital health companies, healthcare providers and insurers. “As a single company, you can only go so far”, Cloosterman says. “By working together, you can create the momentum needed to make real change.”
Afgelopen donderdag 5 maart vond op Noviotech Campus in Nijmegen een nieuwe editie van het partner event van het Digital Health Challenge Lab (DHCL) plaats. Met ruim zeventig aanwezigen was de belangstelling groot. Partners uit zorg en welzijn, nieuwe organisaties, innovators en startups kwamen samen om te werken aan digitale oplossingen voor concrete uitdagingen uit de praktijk.
Het DHCL is een open innovatieprogramma waarin zorg- en welzijnsorganisaties, ziekenhuizen, woningcorporaties, startups, kennisinstellingen en bedrijven samenwerken aan vraagstukken uit het veld. Tijdens deze middag stond het leggen van nieuwe verbindingen centraal: tussen organisaties met een uitdaging en innovators die met hun technologie een oplossing kunnen bieden en het aantrekken van nieuwe partners.
Van praktijkvraag naar innovatie
De middag begon met een plenair programma waarin de werkwijze van het DHCL werd toegelicht door Annemarie de Vries en Julian Leijser. Hierna volgde een toelichting op de wijkanalyse en het experteam door Paul Rood en Robin Vermeulen van de Han.
Voor het ophalen van de challenges speelt daarnaast open innovatie adviseur Maurits van Schaik (Starthubs) een belangrijke rol. In het voortraject voert hij zogenoemde knelpuntgesprekken met professionals uit zorg en welzijn om scherp te krijgen waar de praktijk echt tegenaan loopt.
Die inzichten worden vertaald naar concrete innovatiechallenges. Zo ontstaat een duidelijke vraag waarop ondernemers en innovators kunnen reageren met een oplossing die aansluit bij de realiteit van het werkveld.
Startups pitchen hun oplossingen
Na een eerste online selectie presenteerden startups en innovators tijdens deze middag hun ideeën aan de betrokken zorgpartners. In korte pitches en verdiepende gesprekken konden organisaties en ondernemers onderzoeken of er een goede match was om samen verder te werken.
De challenges van deze ronde waren:
· Veiligere zorg, minder incidenten – A-team
· De levende netwerkkaart – A-team
· Het versterken van saamhorigheid in de wijk – A-team
· Vitaal samen pionieren – ZZG & Talis
· De empathische AI-assistent – Huisartsen Nijmegen Noord
· De huisarts als overbelaste voordeur van zorg – Huisartsen Nijmegen Noord
In verschillende gesprekken kregen zorgorganisaties en innovators de kans om elkaar beter te leren kennen en te onderzoeken hoe oplossingen kunnen worden getest en doorontwikkeld in de praktijk.
Triple helix in actie
De middag liet goed zien waar het DHCL voor staat: samenwerking tussen zorgorganisaties, kennisinstellingen, bedrijven en startups om innovatie daadwerkelijk in de praktijk te brengen.
Ook partners uit het regionale ecosysteem waren aanwezig, waaronder Radboud University, HAN University of Applied Sciences, Gemeente Nijmegen, Radboudumc, Briskr, Oost NL, Health Valley en Starthubs.
Door deze samenwerking ontstaat een omgeving waarin nieuwe ideeën niet alleen worden bedacht, maar ook daadwerkelijk kunnen worden getest, toegepast en opgeschaald.
Op naar de volgende matches
Met een volle zaal, sterke pitches en veel nieuwe contacten kijken de organisatoren terug op een geslaagde middag. De komende periode werken de betrokken partijen verder aan het vormen van teams rondom de challenges, zodat veelbelovende oplossingen samen met zorgpartners verder ontwikkeld kunnen worden.
Het Digital Health Challenge Lab blijft daarmee een plek waar praktijkvragen en innovatie samenkomen, met als doel digitale oplossingen te ontwikkelen die écht verschil maken in zorg en welzijn.
De Nijmeegse health startup Tinzo zet opnieuw een belangrijke stap in de ontwikkeling van hun digitale zelfhulpprogramma voor mensen met tinnitus. Na eerdere deelname aan het Business Angel Network Nijmegen (BANN) en verschillende workshops binnen Briskr, heeft Tinzo nu financiering ontvangen uit het Startup Fonds Gelderland (SFG).
Digitale zorg voor een groeiende groep patiënten
In Nederland leven ruim twee miljoen mensen met tinnitus, waarvan velen dagelijks ernstige hinder ervaren. Goede zorg is echter vaak moeilijk toegankelijk door lange wachttijden, beperkte capaciteit en uiteenlopende behandeltrajecten. Tinzo ontwikkelt daarom een digitale zorg-app die direct inzetbare, bewezen behandelmethoden combineert, waaronder cognitieve gedragstherapie, ACT en mindfulness. Gebruikers krijgen inzicht in hun klachten, ondersteuning bij de mentale impact en praktische tools om stap voor stap meer rust en regie te vinden.
Van prototype naar opschaling
Dankzij de financiering vanuit Startup Fonds Gelderland kon Tinzo zich volledig richten op productontwikkeling, validatie en het opzetten van samenwerkingen binnen de zorg. Zoals het team het zelf verwoordt:
“De ondersteuning vanuit Startup Fonds Gelderland, in combinatie met begeleiding en toegang tot het regionale netwerk, stelde ons in staat om in korte tijd grote stappen te zetten. Het traject werkte als katalysator en maakte ons klaar voor de volgende fase: opschaling binnen de Nederlandse tinnituszorg.”
Tinzo blijft daarnaast nauw verbonden met het regionale startup-ecosysteem. Het bedrijf kreeg waardevolle feedback tijdens hun pitch bij BANN, volgde meerdere Briskr-workshops en maakte via Briskr kennis met experts, ondernemers en zorgpartners. Deze combinatie van financiering, coaching en netwerk helpt het team om hun missie verder te realiseren.
Vooruitblik
De komende periode richt Tinzo zich op verdere groei binnen de Nederlandse zorg: van het testen van hun MVP tot integratie met zorgprofessionals en toekomstig B2B-gebruik. De ambitie is helder: tinnituszorg toegankelijker, betaalbaarder en persoonlijker maken, voor iedereen die dagelijks met deze aandoening leeft.
Ook interesse in financiering via Startup Fonds Gelderland?
Innovatieve startups in de pre-seed fase binnen health, hightech en lifesciences kunnen via Briskr een aanvraag indienen voor het Startup Fonds Gelderland. Briskr ondersteunt ondernemers bij het voorbereiden van hun aanvraag en begeleidt hen door het volledige traject. Van eerste verkenning tot pitch voor de beoordelingscommissie.
Wil je weten of jouw startup in aanmerking komt? Neem contact op via info@briskr.nl of dien het contactformulier in via onze website. Samen zetten we de volgende stap richting groei en impact.
ATRO Medical, het orthopedische clinical‑stage bedrijf uit Nijmegen dat een innovatieve kunstmeniscus ontwikkelt, kondigt vandaag de succesvolle afronding aan van een financieringsronde van €3 miljoen. De ronde bestaat voornamelijk uit investeringen, aangevuld met subsidies. Aan de investering nemen MedTech‑investeerders deel uit Nederland, Zwitserland en de Verenigde Arabische Emiraten, zoals 819 Capital, Thuja Capital, Bolwork International Investments en industriële partners DSM-Firmenich Ventures en Samaplast.
De financiering komt op een cruciaal moment in de ontwikkeling van het bedrijf. ATRO Medical heeft een belangrijke mijlpaal bereikt in de klinische evaluatie van het nieuwste ontwerp van de Artimis® Meniscusprothese. De lopende studies zijn gericht op het verder evalueren van het kunstmeniscussysteem bij patiënten die aanhoudende kniepijn ervaren na het verwijderen van de meniscus.
Naast de klinische voortgang heeft ATRO Medical haar IP-positie versterkt en internationale zichtbaarheid verworven dankzij de selectie voor het PolePosition Health-programma van Techleap en de prestigieuze Plug and Play Health‑incubator in de Verenigde Staten. Zo positioneert het bedrijf zich voor de volgende groeifase.
Op weg naar klinische mijlpalen
Het nieuw aangetrokken kapitaal zal worden ingezet voor het uitbreiden van de klinische bewijsvoering in de lopende studies, de voorbereiding van klinische studies voor markttoelating in zowel de Verenigde Staten als Europa, en het verder optimaliseren van productie, regelgevingstrajecten en klinische bewijsvoering.
Michiel Schwartz, voorzitter van de Raad van Bestuur van ATRO Medical, licht toe: “Deze investering weerspiegelt het sterke internationale vertrouwen in de technologie, het team en de strategie van ATRO Medical. De recente klinische resultaten bevestigen dat wij de oplossing hebben gevonden voor patiënten met post‑meniscectomiepijn. Met dit ervaren managementteam en een duidelijke route richting pivotal studies in de VS en Europa betreedt ATRO Medical een bepalende fase in haar ontwikkeling.”
Leiderschapstransitie ter ondersteuning van de volgende fase
Als onderdeel van deze investeringsronde kondigt ATRO Medical een strategische leiderschapstransitie aan:
Maarten van der Zanden is benoemd tot Chief Executive Officer en volgt hiermee zijn rol als Chief Implementation Officer op. Hij is een ervaren MedTech‑marketingexecutive met een bewezen staat van dienst in het leiden van succesvolle internationale productlanceringen binnen diverse medische specialismen.
Anita Brinks blijft aan als Chief Operating Officer en is verantwoordelijk voor operations en kwaliteitssystemen terwijl het bedrijf zich voorbereidt op de pivotal studies. Zij brengt meer dan 25 jaar ervaring mee in medische praktijk en zorginnovatie, waaronder senior managementfuncties, en vormt daarmee een stevige basis voor operationele excellentie en strategische uitvoering.
Oprichter Tony van Tienen zal zich als Chief Medical Officer richten op klinische strategie, samenwerking met chirurgen en wetenschappelijke ontwikkeling. Naast zijn werkzaamheden bij ATRO Medical is hij werkzaam als kniespecialist bij de Viasana Kliniek en internationaal erkend expert op het gebied van meniscuschirurgie en gewrichtsbehoud.
Deze bestuursstructuur is ontworpen om marktvoorbereiding, operationele uitvoering, klinische strategie en fondsenwerving optimaal op elkaar af te stemmen, terwijl het bedrijf toewerkt naar belangrijke regulatoire mijlpalen.
Openstelling investeringsronde voor patiënten en particuliere investeerders
Na sterke belangstelling van particuliere investeerders en patiënten zal ATRO Medical de huidige financieringsronde uitbreiden via een aandelenfinancieringscampagne op het Eyevestor‑platform. Voortbouwend op de reeds opgehaalde €3 miljoen biedt dit initiatief individuen de mogelijkheid om te participeren in de volgende fase van klinische ontwikkeling en internationale expansie, tegen een aantrekkelijke bedrijfswaardering. Door de ronde open te stellen voor een bredere gemeenschap wil ATRO Medical patiënten en particuliere investeerders de kans geven actief bij te dragen aan de toekomst van de meniscuschirurgie. De campagne start in maart via de website van Eyevestor.
Het gat in meniscus-behandeling dichten
Wereldwijd ervaren honderdduizenden patiënten aanhoudende kniepijn na het verwijderen van de meniscus, vaak in combinatie met progressieve artrose, op relatief jonge leeftijd en zonder een geschikte chirurgische behandelingsoptie. De kunstmeniscus van ATRO Medical is ontworpen om de biomechanica in de knie te herstellen en pijn te verlichten, terwijl toekomstige behandelopties behouden blijven.
Met deze financieringsronde is het bedrijf goed gepositioneerd om de klinische ontwikkeling te versnellen en een duurzame, gewrichtssparende oplossing dichter bij patiënten te brengen.
Over ATRO Medical
ATRO Medical is een in Nederland gevestigd orthopedisch medisch technologiebedrijf dat de Artimis® Meniscus Prothese ontwikkelt: een innovatieve kunstmeniscus voor patiënten met aanhoudende pijn na meniscectomie. Het bedrijf is gevestigd in Nijmegen, op Noviotech Campus, en richt zich op het genereren van sterk klinisch bewijs ter ondersteuning van regulatoire goedkeuringen in de Verenigde Staten en Europa.
Wie bij TropIQ Health Sciences binnenstapt, ziet al snel dat dit geen standaard lab is. Tijdens de consortiumbijeenkomst van Pharma Delta op vrijdag 19 december 2025 ontvingen CEO Michiel van Alst en het TropIQ team bezoekers op de Noviotech Campus in Nijmegen.
TropIQ bouwde de afgelopen jaren een technologieplatform voor de ontdekking en ontwikkeling van interventies tegen vectorgebonden infectieziekten. Denk aan malaria of denguevirus, ook wel bekend als knokkelkoorts, die allebei door muggen worden overgedragen, en aan aandoeningen die door teken overdraagbaar zijn. Ze richten zich op ziekten die vooral voorkomen in landen met een lager en middeninkomen.
Michiel van Alst startte op 1 september 2024 als CEO. Hij kwam binnen in een periode waarin TropIQ net een reorganisatie achter de rug had. “Toen ik startte, was de opdracht heel duidelijk: dit nooit meer. Zorg voor een stabiele basis.” Financiële stabiliteit vroeg om scherpe keuzes. “We blijven ons richten op malariaonderzoek. Daar zijn we goed in en daar gaan we in verder. Maar het is risicovol om op één pijler te leunen. Dus we moeten ook gaan spreiden.”
Niet breder om het breder
Die verbreding betekent niet dat TropIQ alles gaat doen. “Wij kijken naar ziekten die door een vector worden overgedragen, zoals een mug of een teek.” Ook de impact telt mee. “De prevalentie moet in lage en middeninkomenslanden liggen. Dat is echt onze focus.”
Die focus past bij de ambitie om wetenschappelijk onderzoek met een maatschappelijke impact te combineren. TropIQ werkt bijvoorbeeld aan projecten rond teken die vee in Afrika aantasten. Minder teken betekent gezondere koeien, die beter groeien, meer melk leveren en betere huiden hebben voor de verkoop. “Een betere financiële positie betekent ook een betere gezondheid.”
Rondleiding vol verrassingen
Tijdens de bijeenkomst kregen consortiumleden een kijkje achter de schermen. TropIQ liet bewust onderdelen zien die je niet in elk lab tegenkomt. Denk aan kweekfaciliteiten, en aan hun bijzondere combinatie van microbiologie en entomologie. Ze gebruikten het moment ook om te laten zien waar de organisatie sterk in is, én waarom regionale samenwerking steeds belangrijker wordt.
Waarom TropIQ kiest voor Pharma Delta
Volgens Michiel van Alst is de farmawereld in Nederland klein, met een duidelijke ons-kent-onsfactor. Juist daarom is het waardevol om actief te blijven bouwen aan nieuwe verbindingen. Dat bevestigt ook wethouder John Brom van gemeente Nijmegen: “Laten we dat goud pakken en behouden voor onze regio.”
Wethouder Frank den Brok van gemeente Oss vult aan: “Pharma Delta laat zien dat we over gemeente- en provinciegrenzen heen kunnen en durven te kijken. Door de krachten van farmaceutische bedrijven, kennisinstellingen en overheden in Gelderland en Noord-Brabant te bundelen, bouwen we aan een sterk ecosysteem voor geneesmiddelenontwikkeling en duurzame loopbanen voor onze talenten.”
Voor TropIQ draait deelname aan Pharma Delta om de kansen die je pas ziet als je elkaar vaker spreekt. “In zo’n netwerk komt er soms iets uit waar je nog niet wist dat je het nodig had”, vertelt Michiel. Dat beaamt ook programmamanager Floor van de Watering: “We zijn als netwerk nog in een opstartende fase, maar we zien nu al: elkaar fysiek ontmoeten zorgt ervoor dat mensen in gesprek gaan en er nieuwe dingen starten. Op andere fronten dan waarin wij als Pharma Delta ondersteuning bieden. Mensen leren elkaar steeds beter kennen, en weten elkaar makkelijker te vinden.”
Regionale projecten die je alleen samen kunt doen
Een concreet voorbeeld van zo’n samenwerking is een subsidieproject vanuit Pharma NL, gericht op infrastructuurontwikkeling. TropIQ werkt daarin samen met Oncolines, Pivot Park en Saillant Therapeutics. Doel is om regionale infrastructuur in Oss en Nijmegen te ontwikkelen die ook door andere partijen gebruikt kan worden. “Dat project is voor ons een voorbeeld van lokale en regionale samenwerking. Beter een goede buur dan een verre vriend”, zegt Michiel.
De samenwerking levert ook inhoudelijke winst op. In het ACESO-project brengt Oncolines apparatuur en expertise in die TropIQ zelf niet heeft. Samen kunnen ze klanten iets aanbieden dat afzonderlijk niet mogelijk was.
AI als versneller van onderzoek
Naast samenwerking zet TropIQ sterk in op AI en machine learning. Een opvallend project loopt met Google AI, waarbij TropIQ werkt aan modellen die kunnen voorspellen of een muggenwerende stof effectief is. “Wij willen computers kunnen laten ruiken.”
Het idee is simpel, maar de impact kan groot zijn. Muggen vinden hun ‘prooi’ op basis van geur. Door voorspellingen slimmer te maken, hoeven minder insecticiden en afweermiddelen getest te worden en stijgt de kans op succes. Voor het ontwikkelen van nieuwe middelen kan dat tijd en kosten besparen.
Daarbij speelt de regio opnieuw een rol. Voor een deel van de benodigde stoffen werkte TropIQ samen met de HAN, die de stoffen produceerde voor tests. TropIQ ziet ruimte om dit soort samenwerking verder uit te bouwen binnen Pharma Delta.
Talent vinden in de regio
Ook op het gebied van talent ervaart TropIQ de kracht van de regio. Studenten die afstuderen binnen het bedrijf leren het team en de werkwijze van dichtbij kennen. Dat maakt de stap naar een baan kleiner. TropIQ merkt bovendien dat de regio veel ervaren mensen aantrekt.
Met ondersteuning van Briskr als backoffice en bestuurssecretaris van PharmaDelta, hostte TropIQ de consortiumbijeenkomst. Daarmee liet het bedrijf zien wat er mogelijk is als organisaties elkaar beter leren kennen. Een rondleiding kan al genoeg zijn om een gesprek op gang te brengen. En uit dat gesprek ontstaan soms samenwerkingen die je vooraf niet had gepland.
Op 5 maart 2026 organiseert het Digital Health Challenge Lab een middag waarin zorgpartners, innovators en andere geïnteresseerden samenkomen. Tijdens het event op Noviotech Campus draait het om matches leggen en laten zien hoe challenge based innoveren in de praktijk werkt. Daarnaast kunnen nieuwe partners ontdekken: hoe maak je van een breed zorgvraagstuk een concrete innovatiechallenge waar je echt mee verder kunt?
Voor veel zorgorganisaties zijn de opgaven helder. De route ernaartoe is dat vaak niet. Juist daar ligt de rol van het programmateam van DHCL, met open innovatie adviseur Maurits van Schaik van Starthubs als aanjager van het challengeproces. “Vanuit beleid kennen we de uitdagingen, maar om tot een goede innovatiechallenge te komen, heb je praktijkinzichten nodig”, vertelt hij.
Daarom voert het team knelpuntgesprekken met onder meer wijkverpleegkundigen, wijkadviseurs en opbouwwerkers. In die gesprekken staat één ding centraal: waar loopt de praktijk echt op vast? Die input is verzameld in een knelpuntenkaart die nu de basis vormt voor nieuwe challenges. “Bij mij mogen mensen een uur lang leeglopen. Dat leverde een sterk overzicht op van waar professionals en bewoners in de wijk tegenaan lopen.”
Knelpuntenkaart als startpunt voor samenwerking
Met een knelpuntenkaart wordt focus aangebracht. Uit de eerste inventarisatieronde zijn zes tot zeven kernproblemen naar voren gekomen. Daarmee ontstaat voor partners een concreter vertrekpunt. Maurits: “Als je een uitdaging omdenkt naar een open innovatiekans, wordt het visueler en concreter. Dan kun je ook beter kiezen waar je samen op inzet.”
5 maart: van online selectie naar echte match
Op 5 maart zetten we een volgende stap in de huidige ronde. Zorgpartners hebben online al voorstellen van ondernemers bekeken en beoordeeld. Tijdens het matchmaking event volgen verdiepende gesprekken om te bepalen wie met elkaar verder gaat. “Met speeddategesprekken van twintig minuten tussen zorgpartners en ondernemers.”
Die gesprekken zijn bedoeld om te toetsen of er inhoudelijke klik is, en of een oplossing past bij de oorspronkelijke uitdaging. Daarnaast zijn ook nieuwe partners uitgenodigd om kennis te maken met de werkwijze van DHCL en te zien hoe het voortraject tot stand komt.
Ook voor nieuwe partners een inkijk in de aanpak
Nieuwe organisaties krijgen zo een inkijk in de methode, de betrokken partijen en de keuzes die voorafgaan aan een succesvolle challenge. “De dag is er ook om te laten zien hoe wij werken: welke vragen je stelt in knelpuntgesprekken, hoe je informatie ophaalt en hoe je dat vertaalt naar een challenge.”
Volgens Maurits zit daar de kern van de aanpak: de taal van zorg en welzijn vertalen naar een heldere vraag voor ondernemers. Dat vraagt afstand, structuur en een frisse blik van buiten. “Een goede challenge maakt een oplossing kansrijk. Geen goede vraag, is geen goed antwoord.”
Programma in het kort
Wanneer? 5 maart 2026
Tijd? 14.00 tot 17.00 uur
Waar? Noviotech Campus, Nijmegen
De bijeenkomst is bedoeld voor huidige partners, nieuwe partners, innovators en organisaties die willen aanhaken bij praktijkgedreven digitale innovatie in zorg en welzijn.
Like the legendary Heracles, who overcame seemingly impossible challenges, Johnson & Johnson joined forces with twelve stakeholders in the Netherlands to unlock the value of patient data. By enabling reuse of oncology data across organizations, these stakeholders aim to improve cancer care through evidence generation for earlier detection and treatment, optimized treatment timing, more personalized care, and reduced healthcare costs.
Three years after the HERACLES* project launched in October 2022, experts from three participating organizations sat down with us to reflect on the project and discuss how their learnings have advanced the shared goal of improving healthcare for cancer patients in the Netherlands and beyond.
Participants:
Merle Bootsma – PhD Candidate, Radboud university medical center (Radboudumc)
Prof. Dr. Jildau Bouwman – Senior Scientist, TNO, and Professor, Leiden University
Ton Peters – Associate Director, Evidence Generation,Johnson & Johnson Innovative Medicine Benelux
The challenge: Data fragmentation and privacy fears
In the Netherlands, healthcare datasets are fragmented across numerous registries and institutions, stored in diverse formats, and marked by duplication and inconsistent standardization.
Additionally, concerns about patient privacy have grown in the Netherlands, fueled by recent data leaks. At the same time, biotech companies are concerned with protecting their intellectual property, and academic researchers worry that sharing data too early could limit publication opportunities.
Data fragmentation and privacy concerns complicate the implementation of FAIR-data principles in the data environment, where data should be findable, accessible, interoperable, and reusable for a learning healthcare system that uses health data to drive continuous, evidence-based improvements in care.
With the aim to achieve all these goals and to create patient value that extends beyond traditional clinical trial results, stakeholders from academic institutions, healthcare data registry holders, health insurers, innovative organizations, biotech companies, and patient advocacy groups chose to participate in HERACLES to work towards the shared goal of using patient data to support decisions that drive better outcomes.
The shared goal of HERACLES is to support more efficient research by enabling the sharing and reuse of data from multiple sources to create larger datasets. This will allow researchers to analyze a higher volume of real-world datapoints across a wider range of elements, including treatment follow-up information, to generate relevant medical insights for patients, caregivers and policy makers.
A difficult but necessary step forward
The stakeholders collaborating in HERACLES understood the importance of resolving the data fragmentation and accessibility barriers to achieve better healthcare outcomes for patients. To this end, the HERACLES project aimed to develop a privacy-by-design data infrastructure that would enable the analysis of large, standardized datasets while allowing organizations to retain custodianship and full control of their data by residing in their own systems. They focused on use cases in lung cancer and ovarian cancer to assess how using larger federated datasets could answer important healthcare questions.
Diverse expert perspectives on HERACLES
HERACLES united leading voices from the biomedical field, allowing challenges to be tackled collectively and giving everyone a clearer understanding of goals, issues, and outcomes across different areas.
“At Radboudumc, we wanted to answer important oncology research questions, but the available healthcare data was too fragmented and often lacked key follow-up details, such as changes in chemotherapy regimens. Through HERACLES, we were able to identify what is needed for reliable, standardized data reuse without increasing the burden on clinicians.”
– Merle Bootsma, PhD Candidate, Radboudumc
“At TNO, we sought to develop new data-driven innovations and diagnostics but faced the same challenges with fragmented and incomplete healthcare data. We explored how emerging technologies such as privacy-enhancing-technologies and data spaces could help overcome these barriers.”
– Dr. Jildau Bouwman, TNO
“At Johnson & Johnson, we aimed to better understand which healthcare variables influence treatment outcomes and whether deeper data analysis could support more informed decisions, such as early detection of lung cancer and initiating treatment earlier to improve health outcomes for patients. We were also interested in assessing whether these real-world questions could be effectively addressed within the Dutch healthcare system.”
– Ton Peters, Johnson & Johnson
Outcomes: Obstacles and insights
The HERACLES project found that data quality and compatibility remain major obstacles to integrating Dutch healthcare data. For example, Merle Bootsma observed that “merging datasets reduced the number of usable patient records from about 1,500 to just 90 for analysis”, while Ton Peters noted that “Dutch healthcare datasets do not currently align with FAIR principles.”
HERACLES confirmed that technology alone isn’t enough—and that data quality and alignment are the real bottlenecks. That clarity is now shaping the next phase of work toward a scalable, federated approach. According to Jildau Bouwman, “the project has delivered meaningful deliverables and intermediate outcomes that will benefit the continued development of a learning healthcare system in the Netherlands.” With additional, more focused effort, its objectives are well within reach.
Key lessons from HERACLES include the need for data to be captured with sufficient quality and standardization for federated data combinations to deliver enough usable data points to answer specific research questions. In addition, the right combination of emerging technologies, such as privacy-enhancing technologies and data spaces, and strong governance can make health data more accessible for reuse. Participants emphasized the importance of capturing all relevant information at the point of data registration and the value of being able to estimate the number of usable data points before seeking ethical approval.
Toward a learning healthcare system in the Netherlands and beyond
To date, HERACLES has enabled stakeholder alignment on a shared vision for a federated privacy-by-design system for automated integration of detailed healthcare data to drive research, innovation, and personalized patient care. The HERACLES partners have shared their insights with the Dutch Ministry of Health and other healthcare organizations and continue to collaborate to overcome remaining barriers. Johnson & Johnson believes HERACLES will help establish a practical framework for the European Health Data Space initiative and improve healthcare outcomes in the Netherlands and beyond.
We would like to express our sincere thanks to our fellow HERACLES partners: IKNL, Stichting Radboud universitair medisch centrum, UMC Groningen, AstraZeneca BV, Roche Nederland BV, Almende BV, Linksight BV, Pharmo Institute NV, SURF BV, CZ Zorgverzekeringen NV, Stichting Olijf, and TNO, for their valuable collaboration and commitment.
Appendix: Main conclusions of the HERACLES project
Data quality starts at the source: High-quality data must be captured once, in a structured way, at the point of origin. Standardizing data according to international definitions enables easier and more efficient reuse, without adding administrative burden to healthcare providers.
Patient-centric data is lacking: Many datasets are process-driven rather than patient-focused, making them unsuitable for a learning healthcare system. Limited clinical data from the patient perspective hinders understanding of the full care pathway—from GP visits to pharmacy, treatment, and aftercare.
Coverage issues in combined data: When merging datasets from multiple sources for the same patient group, coverage quickly becomes insufficient because no source has 100% completeness. In HERACLES, less than 10% of useful information remained after integration—a problem that only became clear after significant effort.
Legal and organizational barriers to data linking: Despite technical solutions like data spaces and privacy-enhancing technologies, linking data remains challenging. HERACLES demonstrated that combining dataspace standards with encryption can enable privacy-preserving analysis, but this requires investment and legal expertise, which are often lacking.
Need for better data discoverability and context: Researchers need early insight into how much data will be available when combining sources. Current FAIR principles focus on descriptions and usage conditions, but not on indicative data volumes. Knowing this upfront—and understanding the context of each source—can save time and ensure correct analysis.
Further details can be found in the interim report which is available (in Dutch only) through this link.
* HERACLES stands for HEalth ReseArch – Cancer Living labs – setting up an Ecosystem of trust (Secure and Sovereign)
De eerste concrete resultaten van het Digital Health Challenge Lab (DHCL) zijn binnen! DHCL is een vooruitstrevend open innovatieprogramma waarin partners uit wonen, zorg en welzijn samen met innovatieve startups, scale-ups en mkb vernieuwende oplossingen ontwikkelen voor maatschappelijke uitdagingen op het gebied van zorg en welzijn. Zo ontstaan oplossingen die direct aansluiten bij werkelijke problemen van zorgorganisaties en hun cliënten. Vijf organisaties staan nu klaar om met hun oplossingen écht impact te maken in de zorgsector. In dit artikel nemen we je mee in de samenwerkingen die het afgelopen jaar zijn ontstaan.
We4U | Open Call 100@home: van mantelzorg probleem naar sociale netwerkoplossing Tijdens de open call stond de vraag centraal: ‘hoe kunnen we ervoor zorgen dat ouderen langer, gelukkiger en zelfstandiger thuis kunnen blijven wonen’. Via de open call, waar Vivare, Volkshuisvesting en Talis onderdeel van waren, ontstond een match met We4U. We4U had een innovatieve oplossing die de druk op mantelzorgers kan verlichten en tegelijkertijd de autonomie van hulpvragers versterkt. De oplossing werd een app die informele zorg organiseert binnen bestaande sociale netwerken. Deze innovatieve oplossing maakt het voor bewoners eenvoudig om hulp te vragen voor dagelijkse taken, terwijl familie, vrienden en buren zelf kiezen welke taken ze oppakken. Dit hybride model van formele en informele zorg leidt tot kostenbesparingen en versterkt het sociale vangnet. In 2026 start de pilot met Vivare. We4U benadrukt de waarde van het traject: “Onze deelname aan DCHL heeft ons veel opgeleverd. Het traject heeft mij inzicht gegeven in hoe het werkt bij grotere organisaties en ik heb veel interessante connecties opgedaan.
VindiQu | Open Call 100@home: eenzaamheid doorbreken met digitale beleving Via de open call ontdekte maatschappelijke GGZ-organisatie RIBW dat VindiQu’s digitale uitjes ook hun bewoners met psychische kwetsbaarheid kunnen helpen bij isolatie en eenzaamheid en ging de samenwerking aan. VindiQu ontwikkelde interactieve digitale rondleidingen die nieuwe belevingen bieden zonder dat bewoners hun vertrouwde omgeving hoeven te verlaten. De samenwerking met RIBW Arnhem & Veluwe Vallei draait al succesvol. Bewoners gaan digitaal naar Volendam en Keulen, compleet met bijpassende decoratie en hapjes tijdens de virtuele uitjes. “Voor VindiQu was de challenge een waardevol traject waarin innovatie en samenwerking centraal stonden,” vertelt VindiQu. “Dankzij dit initiatief zetten we stappen om deze vorm van beleving breder beschikbaar te maken.”
RoboHome | Slimme huishoudelijke ondersteuning: fysieke belasting verminderen Driegasthuizengroep zocht oplossingen om de fysieke belasting van huishoudelijke ondersteuners te verlagen zonder persoonlijke zorg te verminderen. RoboHome, een innovatief bedrijf dat zich richt op het automatiseren van taken met geavanceerde robottechnologie, introduceerde HOBOT robots als innovatieve oplossing. Deze stofzuiger-, dweil- en ramen-was-robots automatiseren zware taken en zijn speciaal aangepast voor thuiszorgmedewerkers die met de fiets werken. “De challenge betekent een belangrijke stap richting bredere toepassing van robotica buiten de particuliere markt,” aldus RoboHome. “De pilot helpt ons ontdekken hoe technologie kan bijdragen aan werkdrukverlaging en meer tijd voor menselijke aandacht.”
Healthy Chronos | Thuismonitoring RadboudUMC: complexe data begrijpelijk maken RadboudUMC wilde weten hoe thuismonitoring effectiever kan door gezondheidsdata begrijpelijk te maken voor iedereen. De uitdaging: hoe vertaal je complexe medische data, bijvoorbeeld van wearables, naar bruikbare inzichten voor iedereen? Healthy Chronos combineert een dagboekapp, een platform voor wearables en generatieve AI die gepersonaliseerde berichten met uitleg en tips geeft. De app is ontwikkeld met privacybescherming en in samenwerking met patiënten zelf. Omdat de app en AI al operationeel zijn, kan de pilot met RadboudUMC snel starten. “We gaan onderzoeken hoe generatieve AI optimaal kan worden ingezet om gezondheidsdata begrijpelijk te maken voor patiënten,” aldus Healthy Chronos.
2 in Beweging | Activeren cliënten RIBW: van passiviteit naar eigen regie RIBW Arnhem & Veluwe Vallei zocht naar manieren om cliënten met psychische kwetsbaarheid te activeren zonder extra tijd van begeleiders te vragen. Het probleem: hoe doorbreek je passiviteit en stimuleer je eigen initiatief? 2 in Beweging ontwikkelde ‘Duimpje voor jezelf’: een oplossing waarbij cliënten zelf activiteiten kiezen, kleine stapjes zetten en hun vooruitgang visualiseren. Eigen regie staat centraal, met zowel intrinsieke als extrinsieke motivatie. “Passiviteit doorbreken is een van de hoofddoelstellingen. Door zelf de activiteiten te kiezen en duimpjes te plakken breng je letterlijk je eigen vooruitgang in beeld,” legt 2 in Beweging uit. “Het is geweldig om te zien wat cliënten activeert om meer initiatieven te nemen en gezonde routines op te pakken.”
Van zorguitdaging naar concrete impact De eerste samenwerkingen van het Digital Health Challenge Lab bewijzen de kracht van challenge-based innoveren in de zorg. Door concrete uitdagingen uit de praktijk centraal te stellen, ontstaan oplossingen die direct aansluiten bij werkelijke problemen van professionals in zorg en welzijn en hun cliënten.
Deze vijf organisaties maken nu de concrete stap van concept naar pilot, waar echte impact wordt gemeten. Het Digital Health Challenge Lab heeft niet alleen innovaties mogelijk gemaakt, maar ook duurzame samenwerkingen tussen startups en organisaties in zorg, wonen en welzijn gecreëerd.
Houd digitalhealthchallengelab.nl in de gaten voor nieuwe challenges en de resultaten. Dit artikel is geschreven door DHCL zelf en deze link vind je hier.
Yesterday, we hosted another successful edition of the Briskr Company Valuation Workshop, an important step in the trajectory towards pitching at the Business Angels Network Nijmegen (BANN) in March. A diverse group of entrepreneurs joined: founders who have already pitched at BANN, those preparing for an upcoming pitch, and others eager to strengthen their investment readiness. Together, they created an open, energetic atmosphere where sharing experiences and learning from each other came naturally.
Sjoerd Klabbers (BDO Tax & Legal) guided participants through the fundamentals of startup valuation. Determining a company’s worth is rarely simple, especially when emotions, early-stage uncertainty and a mix of valuation methods all come into play. Sjoerd broke down the essentials, offering practical tools to help founders understand their value drivers, prepare for investor conversations, and set the right conditions for future deals.
In the second part of the workshop, Björn Schaap (Oost NL) invited participants to step into the investor’s shoes. What do investors really look for? How do they assess a business case, and what do they expect from entrepreneurs, not just today but once they become shareholders? His session emphasized alignment and long-term partnership: it’s not about claiming the biggest slice of the pie, but about working together to make the pie grow.
As always at Briskr events, the networking moments proved just as valuable as the content. Entrepreneurs exchanged challenges, insights, and experiences, strengthening the community that helps fuel innovation in our region. A big thank you to all participants, and to Sjoerd and Björn for sharing their expertise. We look forward to seeing these founders take their next steps!
We would also like to extend a heartfelt thank-you to Sjoerd Klabbers, who has delivered this workshop with dedication and expertise three times a year since 2023. His insights have been invaluable to countless entrepreneurs preparing for their next growth step.