Van wijkfrustratie naar zorginnovatie
“Je moet beginnen bij het echte probleem”
Hoe zorg je dat innovaties in de zorg niet blijven hangen in pilots, maar écht verschil maken voor inwoners en professionals? Binnen het Regio Deal-project Digital Health Challenge Lab gebeurt dat vanuit een opvallend uitgangspunt: niet de technologie staat centraal, maar het knelpunt dat inwoners, patiënten en zorgverleners dagelijks ervaren. “Als je begint bij de echte pijn, is de kans groter dat je iets ontwikkelt wat ook echt wordt gebruikt”, zegt Tom van de Belt van de HAN University of Applied Sciences.
Samen met programmamanager Floor van de Watering van Briskr stond Tom aan de basis van het Digital Health Challenge Lab (DHCL). Het initiatief is onderdeel van de programmalijn Gezond Leven van de Regio Deal Arnhem-Nijmegen. Toch noemt Tom zichzelf, als oud-zorgverlener en associate lector, geen ‘believer’ als het om technologie gaat. “Ik geloof niet dat technologie altijd de oplossing is. We moeten innovaties ook niet zomaar gebruiken, maar mijn standpunt is wel dat we ons er allemaal in moeten verdiepen. Pas dan leer je waar technologie waarde kan toevoegen. En niet onbelangrijk: patiënten, studenten en collega’s kunnen verwachtingen hebben op dit vlak”.

Losse pilots en fragmentatie
Het idee voor DHCL ontstond toen Tom en Floor merkten dat veel innovaties bleven hangen in losse pilots. Bij het Lectoraat Technologie voor Gezondheid analyseerde Tom het regionale netwerk: “Er gebeuren veel mooie dingen, maar gefragmenteerd.” Zo ontdekte het tweetal ook dat innovatie vaak aanbodgestuurd was. “Een bedrijf heeft een slimme technologie bedacht en gaat daarna op zoek naar een probleem dat erbij past. Wij wilden dat omdraaien”, legt Tom uit. Hij vergelijkt het met het ontstaan van Dyson-stofzuigers. “Die oprichter raakte gefrustreerd, omdat zijn stofzuiger telkens vastliep en zuigkracht verloor. Vanuit die frustratie ontstond innovatie. Dat principe gebruiken wij ook. We beginnen met de frustraties die mensen echt ervaren.”
Drie totaal verschillende wijken
Het project startte daarom niet met technologie, maar met gesprekken. Hiervoor werden drie wijken uitgekozen: Presikhaaf in Arnhem, Lent/Waalsprong in Nijmegen en Valendries in Wijchen. De wijken werken heel bewust uitgekozen. “Presikhaaf is ouder en kent veel uitdagingen, maar ook veel kracht en initiatieven. Lent/Waalsprong is een jonge wijk waar mensen elkaar nog niet altijd kennen en niet altijd weten waar ze terecht kunnen met problemen. En Valendries in Wijchen heeft weer meer een dorps karakter”, zegt Tom. De gesprekken werden gevoerd met 14 partners die betrokken zijn in de wijken. Zoals zorginstellingen, gemeenten, woningbouwcorporaties en kennisinstellingen. Daarnaast werd met inwoners en direct betrokken (mantel)zorgers gesproken. Tom: “Door met bewoners in gesprek te gaan, leer je veel meer dan met een vragenlijst. We zorgden ervoor letterlijk aanwezig te zijn in de wijk. Bijvoorbeeld bij wijkbijeenkomsten, buurtbarbecues en andere events.” Alle gesprekken samen leverden uiteindelijk 65 knelpunten op. Vijftien knelpunten zijn of worden als een challenge opgepakt. “Bij de selectie kijken we naar haalbaarheid, urgentie en hoeveel mensen ermee te maken hebben. Ook kijkt een onafhankelijk expertpanel mee”, zegt Tom.
Van challenge naar oplossing
Inmiddels is DHCL uitgegroeid tot een brede samenwerking tussen gemeenten, zorgorganisaties, kennisinstellingen, bedrijven en woningcorporaties. Ook het midden- en kleinbedrijf wordt betrokken. “We dagen ondernemers uit om met een oplossing te komen voor een challenge. Dit gebeurt in samenwerking met het bedrijf Starthubs, dat brede expertise heeft op het gebied van challenge based innoveren”, legt de onderzoeker uit. Nadat het bedrijf met de beste oplossing is geselecteerd, volgt een co-creatietraject met inwoners en organisaties uit de praktijk. Tom noemt als voorbeeld de challenge over thuismetingen. “Steeds meer patiënten meten thuis hun bloeddruk of glucosewaarden, maar begrijpen eigenlijk niet goed wat ze meten. Wat betekent zo’n waarde? Is het goed of slecht?” Hiervoor wordt een toepassing ontwikkeld die medische informatie begrijpelijker maakt voor patiënten. “Dat klinkt eenvoudig, en dat is het ergens ook. Het hoeft niet altijd rocket science te zijn. Juist praktische, laagdrempelige oplossingen kunnen enorm veel betekenen.”
Van en met elkaar leren
De oplossingen zijn volgens Tom niet de enige opbrengst. “Van de bedrijven horen we vaak dat ze niet wisten dat deze specifieke problemen zo spelen in de zorg. En andersom horen we van zorgorganisaties dat ze niet wisten dat er al zoveel oplossingen bestaan.” Het samenbrengen van knelpunten en oplossingen is ook een resultaat. De HAN speelt hierin een belangrijke verbindende rol, zegt Tom. “Studenten, onderzoekers, bedrijven en zorgpartners werken samen in de wijk. Als HAN spreken wij de taal van al die verschillende werelden. Een beetje als een ideale middenvelder.” Ook studenten profiteren daarvan. “Zij zijn de zorgverleners van de toekomst. Zij kijken anders naar technologie en denken vaak veel meer vanuit nieuwe mogelijkheden.”
Meer dan alleen een project
Het project loopt nog tot eind 2027. Vijf nieuwe challenges staan in de startblokken. Tegelijkertijd werkt het team aan iets groters: een aanpak die ook zonder Regio Deal kan blijven bestaan. “De droom is eigenlijk dat de Regio Deal straks niet meer nodig is”, noemt Tom. “Dat partijen elkaar vanzelf weten te vinden en samen blijven innoveren.” Volgens hem begint die beweging al zichtbaar te worden. “We zien een innovatiecommunity ontstaan. Mensen trekken samen op en ontdekken dat ze met dezelfde vraagstukken bezig zijn. De expertise van de kernteampartners van de HAN, Briskr, OostNL en Health Valley spelen daarbij een grote rol. De bijdrage vanuit de Regio Deal was voor dit alles wel cruciaal. Zo’n community bouw je echt niet in een jaar. Daar heb je tijd voor nodig.”
Interesse om aan te haken? Meld je dan via www.digitialhealthchallengelab.nl.
